Wat kun je schrijven als je hoofd vol zit?

Je kent het misschien wel.

Je hebt eindelijk even tijd.
De thee staat naast je.
Je schrift ligt open.
Je pen wacht.

En dan gebeurt er… niets.

Niet omdat er niets in je leeft.
Niet omdat je geen woorden hebt.
Maar omdat er juist te veel tegelijk door je heen beweegt.

De boodschappen.
Dat ene appje waar je nog op moet reageren.
Een gesprek dat blijft hangen.
Werk dat nog niet klaar is.
Iemand om wie je je zorgen maakt.
Je eigen verlangen, ergens onderaan de stapel.

En dan denk je: ik ga later wel schrijven, als mijn hoofd rustiger is.

Maar wat als schrijven niet hoeft te wachten op rust?

Wat als schrijven juist de plek kan zijn waar die rust langzaam terugkomt?

Je hoeft je hoofd niet eerst leeg te maken

Veel vrouwen denken dat ze pas kunnen schrijven als er ruimte is.

Als het huis stil is.
Als de taken gedaan zijn.
Als niemand iets nodig heeft.
Als het hoofd eindelijk leeg is.

Maar meestal komt dat moment niet vanzelf.

En als het wel komt, zijn we vaak te moe om nog te beginnen.

Daarom helpt het om schrijven niet te zien als iets wat óók nog moet, maar als een plek waar alles wat in je hoofd rondvliegt even mag landen.

Je hoeft niet meteen een mooi verhaal te schrijven.
Je hoeft geen diep inzicht te hebben.
Je hoeft niet geïnspireerd te zijn.

Je mag beginnen met wat er al is.

Juist dát is vaak de ingang.

Begin niet met een verhaal, maar met ruis

Als je hoofd vol zit, is de eerste stap niet: waar wil ik over schrijven?

Die vraag is vaak te groot.

Begin liever met:

Wat is er nu allemaal in mij aanwezig?

Pak een schrift en schrijf vijf minuten alles op wat door je hoofd beweegt.

Niet ordenen.
Niet mooier maken.
Niet nadenken of het belangrijk genoeg is.

Schrijf gewoon:

  • Ik denk aan…
  • Ik moet nog…
  • Ik maak me zorgen over…
  • Ik ben moe van…
  • Ik verlang naar…
  • Wat steeds terugkomt, is…
  • Eigenlijk wil ik…

Dit is geen tekst die iemand hoeft te lezen.
Dit is ook nog geen verhaal.

Dit is ruimte maken.

Zoals je een tafel leegveegt voordat je er een nieuw vel papier op legt.

Zoek één zin die zacht oplicht

Lees daarna niet alles terug alsof je het moet beoordelen.

Lees alleen met deze vraag:

Welke zin trekt zachtjes aan mijn aandacht?

Misschien staat er iets als:

Ik verlang naar een dag zonder haast.
Ik ben moe van sterk zijn.
Ik wil gewoon even nergens nodig zijn.
Ik mis mijn eigen stem.
Ik weet niet waar ik moet beginnen.

Omcirkel één zin.

Niet de mooiste.
Niet de slimste.
Alleen de zin die iets in je raakt.

Dat is je ingang.

Schrijf zeven minuten door

Neem die ene zin en schrijf verder.

Bijvoorbeeld:

Ik verlang naar een dag zonder haast…

Zet een timer op zeven minuten en blijf schrijven.

Je mag herhalen.
Je mag afdwalen.
Je mag klagen.
Je mag midden in een zin blijven steken.
Je mag iets opschrijven waarvan je denkt: wat is dit nou weer?

Dat hoort erbij.

Schrijven is niet altijd meteen helder. Soms lijkt het eerst op mist. Maar als je even blijft, komt er vaak vanzelf een contour tevoorschijn.

Een beeld.
Een herinnering.
Een verlangen.
Een zin die waar is.

Drie zachte schrijfopeners

Als je niet weet waar je moet beginnen, kun je één van deze zinnen gebruiken:

  • Mijn hoofd is vol van…
  • Onder al mijn gedachten ligt…
  • Wat ik eigenlijk nodig heb, is…

Schrijf één zin over en laat je pen bewegen.

Je mag herhalen.
Je mag afdwalen.
Je mag rommelen.

Schrijven is niet altijd meteen helder. Soms lijkt het eerst op mist. Maar als je even blijft, komt er vaak vanzelf iets tevoorschijn.

Een beeld.
Een herinnering.
Een verlangen.
Een zin die waar is.

Schrijven als zelfzorg

Schrijven hoeft geen prestatie te zijn.

Het hoeft niet altijd te leiden tot een verhaal, een blog, een boek of een tekst die je deelt.

Soms schrijf je alleen om jezelf weer te horen.

Om te voelen: o ja, ik ben er ook nog.

Onder alle taken.
Onder alle rollen.
Onder alles wat je draagt.

Je hoeft dus niet te wachten tot je hoofd leeg is.

Je mag schrijven mét je volle hoofd.
Met de ruis.
Met de onrust.
Met alles wat nog geen plek heeft.

Juist daar kan de eerste zin liggen.

Een kleine oefening voor vandaag

Neem vijf minuten.

Schrijf bovenaan je blad:

Mijn hoofd is vol van…

Schrijf zonder te stoppen.

Lees daarna zacht terug en omcirkel één zin die je aandacht trekt.

Meer hoeft niet.

Misschien is die ene zin alleen maar een begin.
Misschien is het een richting.
Misschien is het een klein stukje stilte.

Dat is genoeg.

Wil je hier verder mee aan de slag?

Als je merkt dat je vaak wilt schrijven, maar je hoofd te vol voelt om te beginnen, maakte ik iets kleins voor je.

Schrijven als je hoofd vol zit is een zacht schrijfritueel voor dagen waarop alles door elkaar loopt en je toch verlangt naar rust op papier.

In het mini-werkboek neem ik je stap voor stap mee van drukte naar een eerste zin. Je hoeft niets moois te maken. Je hoeft geen verhaal te bedenken. Je hoeft alleen te beginnen met wat er al is.

Je ontvangt:

  • een rustig mini-werkboek
  • een hoofdleegloop-oefening
  • zachte schrijfopeners
  • een schrijfoefening van zeven minuten
  • een korte reflectie om te landen

Voor als je voelt:

Ik wil schrijven, maar ik moet mezelf eerst even terugvinden.